Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home   Bestuur en Politiek   Rekenkamercommissie

Rekenkamercommissie

De rekenkamercommissie heeft tot doel de gemeenteraad een extra handvat te bieden om zijn controlerende taak uit te voeren.

De Rekenkamercommissie doet onafhankelijk onderzoek naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door de gemeente gevoerde bestuur. Het accent bij deze onderzoeken ligt op het leren en verbeteren. De commissie richt zich met de conclusies van haar onderzoeken en haar adviezen in eerste instantie tot de gemeenteraad.
 
Onderzoeksplan
Elk jaar stelt de rekenkamercommissie een onderzoekplan op. In dit plan geeft de commissie aan welke onderzoeken zij in het desbetreffende jaar gaat houden. De commissie bepaalt zelf welke onderzoeken zij gaat doen. Suggesties vanuit de gemeenteraad of van derden neemt de commissie serieus in overweging.

 

Onderzoek gemeentelijke armoedebeleid
 
De commissie heeft onderzoek gedaan naar het gemeentelijke armoedebeleid. De commissie heeft dit onderzoek gehouden omdat het armoedebeleid een groot deel van de inwoners raakt en gericht is op de meest kwetsbare groep in onze samenleving. Daarom moet dit beleid goed zijn en goed worden uitgevoerd ook al omdat er aanzienlijke middelen mee zijn gemoeid. De commissie wilde ook graag weten hoe het beleid ervaren wordt door de mensen voor wie het beleid is bedoeld.
De gemeente heeft wel een breed opgezet armoedebeleid nastreeft de doelstellingen zijn niet toetsbaar. De commissie kan daarom niet beoordelen of het gemeentelijke armoedebeleid effectief en efficiënt is.
Uit het onderzoek blijkt dat de gemeente ongeveer 60% van de doelgroep bereikt met het gemeentelijke beleid. Positief is het oordeel over de inkomensnorm welke in 2007 voor verschillende regelingen is opgetrokken tot 120 % van het bijstandsniveau en nu voor alle regelingen gelijk is. Ook de intensivering van de schuldhulpverlening is een positief punt.
De gemeente heeft wel een categoriale regeling heeft voor 65-plussers maar niet voor gehandicapten en chronisch zieken en huishoudens met schoolgaande kinderen. Juist deze twee groepen hebben minder bestedingsruimte. De commissie ziet ook een aantal mogelijke verbeterpunten met betrekking tot de uitvoering van de verschillende regelingen.
De commissie doet de aanbeveling dat de Raad nadrukkelijker de kaders voor het gemeentelijke armoedebeleid aangeeft en controleert of deze worden uitgevoerd. De commissie heeft ook een aantal aanbevelingen voor het College en de ambtelijke organisatie, zoals een meer integrale aanpak van het armoedebeleid, samenwerking met andere instellingen, duidelijke taakstellingen, stroomlijning van processen en aanpassing van formulieren.

Onderzoek de Raad van Rheden

 
De commissie van Rheden heeft inmiddels diverse onderzoeken gedaan die gericht waren op het functioneren van het ambtelijk apparaat en/of het college. Naast andere bevindingen werd bijna altijd mede geconstateerd dat ook de raad haar taken beter had kunnen doen. De commissie achtte het gewenst om dit keer specifiek te kijken naar het functioneren van de Raad.
Daarom heeft de commissie nu onderzoek gedaan naar het functioneren van de Raad, in de vorm van een quick scan. Raadsleden, collegeleden en een aantal ambtenaren zijn bevraagd over het functioneren van de raad.
Het beeld dat uit de quick scan naar voren komt is over het algemeen positief, ook afgezet tegen dat van de andere gemeenten. In eerdere onderzoeken concludeerde de commissie dat de Raad vaak vooraf de doelstellingen van het gemeentelijke beleid onvoldoende nauwkeurig vaststelt. Dit betekent dat het moeilijk of zelfs onmogelijk is om de effectiviteit van het beleid vast te stellen. De belangrijkste aandachtspunten welke nu uit dit onderzoek naar voren komen zijn de kaderstellende, sturende en controlerende rol van de Raad en de relatie tussen Raad en College. Op deze punten zijn verbeteringen mogelijk.
De commissie beveelt de Raad aan om zich nadrukkelijk uit te spreken over de vraag hoe de Raad zijn kaderstellende, sturende en controlerende rol precies wil invullen. Een toekomstvisie, een lange termijn agenda en een goede planning- en controlcyclus zijn volgens de commissie hierbij belangrijke instrumenten. Ook de manier waarop Raad en College de burgers bij de voorbereiding en vaststelling van het beleid betrekken is een belangrijk aandachtspunt. Dit geldt ook voor de informatievoorziening door het College aan de Raad.

 

Onderzoek 'Het Vervolg'
 
De Rekenkamercommissie wilde graag weten wat de Raad en het College doen met de onderzoeken van de Rekenkamercommissie. Daarom heeft zij een onderzoek hiernaar ingesteld. Zij heeft concreet onderzocht wat er gebeurd is met de conclusies en aanbevelingen van zeven rapporten welke de commissie in de periode van 2003 - 2006 heeft uitgebracht.
De commissie is tevreden over de aandacht, welke de rapporten krijgen. De Raad heeft de conclusies en aanbevelingen, welke in de verschillende rapporten zijn gedaan, zonder uitzonderingen overgenomen. Ook het College heeft aan nagenoeg alle aanbevelingen van de commissie een vervolg gegeven. In de meeste gevallen is dat ook op een goede en transparante wijze gebeurd.
De commissie doet desondanks een aantal nieuwe aanbevelingen. Zij wil zelf de nodige aandacht blijven besteden aan een duidelijke formulering van de aanbevelingen, omdat deze essentieel zijn voor het vervolg dat de onderzoeken krijgen. De commissie wil ook meer aandacht besteden aan de presentatie van de onderzoeksresultaten, conclusies en aanbevelingen. Verder beveelt de commissie de Raad aan bij volgende onderzoeken kritisch te kijken naar de manier waarop de aanbevelingen concreet worden uitgevoerd en hoe daarover wordt gerapporteerd aan de Raad.

 

Onderzoek Collegeprogramma 2006 - 2010

 
De Rekenkamercommissie van Rheden wilde graag weten wat het College nu precies beloofd heeft om te gaan doen en of het mogelijk is na vier jaar na te gaan of dat gelukt is of niet. Daarom heeft zij een onderzoek ingesteld naar het collegeprogramma. Dit onderzoek is gedaan samen met de Lokale Rekenkamer, een landelijk bureau, dat collegeprogramma's van verschillende gemeenten heeft onderzocht en beoordeeld. Op deze manier kan het Rhedense collegeprogramma ook vergeleken worden met de programma"s van een aantal andere gemeenten.
De conclusie is dat het Rhedense programma een beknopt, helder en goed leesbaar stuk is dat de visie van het College duidelijk uitdraagt. Ook in vergelijking met andere gemeenten scoort het programma op dit punt goed.
Kritisch is de Rekenkamercommissie over de rol en functie van het collegeprogramma. Daarover bestaat onduidelijkheid. Behalve het collegeprogramma is er ook een coalitieakkoord. Daarnaast heeft het College in het najaar een nota met beleidsinitiatieven aan de Raad voorgelegd. De samenhang tussen deze documenten is niet helemaal duidelijk. Ook zijn de beleidsvoornemens in het collegeprogramma niet financieel vertaald. Hierdoor blijft de functie van het collegeprogramma als sturings- en controle-instrument beperkt. Verder constateert de commissie dat de Raad zich niet heeft uitgesproken over het collegeprogramma en daardoor zijn kaderstellende rol niet heeft opgepakt.
De commissie, die de gemeenteraad gevraagd en ongevraagd adviseert, beveelt de Raad aan om zich nadrukkelijk uit te spreken over de status, welke hij aan het collegeprogramma wil toekennen.
 

Onderzoek systematiek kostentoerekening

 

De commissie heeft eind 2005 en begin 2006 een onderzoek ingesteld naar de systematiek van kostentoerekening. Centraal in het onderzoek staat de vraag: "Met welk doel en op welke wijze worden de directe en indirecte kosten toegerekend aan de verschillende producten en programma's?" De commissie geeft met dit onderzoek inzicht in de huidige systematiek en gaat in op de vraag of deze systematiek voldoet aan de (wettelijke) kaders en de sturingsfilosofie. Ook brengt de commissie de knelpunten in beeld en doet voorstellen voor verbeteringen.
 

Onderzoek gemeenschappelijke regelingen

 

De commissie heeft in het tweede halfjaar van 2005 op verzoek van de Raad een onderzoek ingesteld naar het antwoord op de vraag of gemeenschappelijke regelingen bepalingen bevatten die het bestuurlijk handelen bemoeilijken in situaties zoals die zich nu voordoen bij de Werkvoorziening Midden Gelderland. De commissie heeft het rapport vastgesteld in haar vergadering van 10 januari en aan de Raad aangeboden.

De onderzoeksrapporten welke de commissie vóór 2006 heeft uitgebracht treft u aan in het archief.


Uitgelicht


Zoeken